Ondanks dat Nederland tot een van de dichtstbevolkte landen van de wereld behoort, staat bevolkingskrimp hoog op de politieke agenda. De komende decennia zullen naar verwachting Limburg, Groningen en Zeeuws-Vlaanderen te maken krijgen met bevolkingskrimp. Bevolkingsdaling hangt vaak samen met een zwakke economische situatie van een regio, maar kan vervolgens ook weer leiden tot verdere verzwakking van de regionale economie. Ook komen voorzieningen, sociale cohesie en verkoopbaarheid van woningen onder druk te staan. De overheid heeft recentelijk 90 miljoen euro uitgetrokken voor het tegengaan van leegstand en verloedering van krimpregio’s.
De discussie over de bevolkingskrimp kan bevreemdend overkomen. Hoe erg is het om in een ontvolkte regio te wonen in een land dat binnen een uur of vier van de ene uithoek naar de andere per auto kan worden bereikt? Vanuit iedere krimpregio zijn binnen, zeg, twee uur diverse steden in meer bevolkte gebieden te bereiken. Forenzen tussen Limburg en zeg Eindhoven, Nijmegen, Tilburg en Duitse steden is goed mogelijk en gebeurt op grote schaal. En het platteland biedt rust, ruimte en vrije natuur. Veel Nederlanders blijken het ook prima te vinden als de Nederlandse bevolking wat zou krimpen (Van Dalen en Henkens, 2009). Enigszins kort door de bocht zou je als econoom kunnen stellen dat als de huizenprijzen maar voldoende dalen, er vanzelf weer mensen in de ontvolkte gebieden gaan wonen. Maar dat gaat natuurlijk voorbij aan het feit dat als de winkels, scholen en dorpshuizen eenmaal gesloten zijn, het tij moeilijk te keren is.
De inschatting van bewoners
Waar een groot deel van de discussie ook aan voorbij lijkt te gaan, is de consument in de economische krimpregio. Wat vindt, denkt en voelt de consument wonend in de periferie van Nederland over de economische situatie? En in hoeverre verschilt dat van de rest van Nederland? TILCOM (Tilburg Consumer Outlook Monitor) peilt iedere drie maanden hoe Nederlanders tegenover de economie, hun eigen persoonlijke financiële situatie en kernaspecten van hun leven staan. De steekproef van circa 2.500 ondervraagde Nederlanders is representatief voor de Nederlandse bevolking en bevat ook grote deel-steekproeven, zoals bewoners uit de krimpregio’s: Groningen, Limburg en Zeeuws-Vlaanderen (in totaal 310 respondenten).
Bewoners van krimpregio’s staan er economisch niet slechter voor
Uit resultaten van de meest recente peiling (december 2010), blijkt voor het eerst dat er verschillen bestaan tussen inwoners van de krimpregio’s en de rest van Nederland, niet zo zeer in hun evaluaties van de economische situatie als wel de emoties die ze daar over hebben: 11% van de inwoners van krimpregio’s vindt dat de financiële situatie van het eigen huishouden is verbeterd, 16% denkt dat het verbetert in de komende 12 maanden (voor Nederland als geheel: resp. 11% en 15%). In de krimpregio’s vindt 11% dat de ontwikkeling van de Nederlandse economie is verbeterd (Nederlands gemiddelde: 19%) en 26% denkt dat het gaat verbeteren in het komende jaar (gemiddeld: 30%). Uit de onderstaande tabel blijkt aldus dat het consumentenvertrouwen op een schaal van 1 tot 5 in deze regio’s op hetzelfde niveau ligt als voor de rest van Nederland (Tabel 1).Verder schatten bewoners van de krimpregio’s de kans op baanverlies (15,5%) nauwelijks hoger in dan Randstedelingen. Ook over het huishoudinkomen, sociale contacten, gezondheid en het leven als geheel zijn bewoners van krimpregio’s net zo tevreden als Randstedelingen en overige Nederlanders. Een score tussen 3 (niet tevreden en ontevreden) en 4 (tevreden) op al deze aspecten duidt zeker niet op slechte leefbaarheid. In vorige kwartalen was dit beeld nagenoeg hetzelfde.